Ontslag op staande voet2017-02-13T10:21:54+00:00

Ontslag op staande voet

Bij een ontslag op staande voet wordt de arbeidsovereenkomst meestal door de werkgever met onmiddellijke ingang beëindigd. Ontslag op staande voet door de werknemer is echter ook mogelijk. Er wordt bij ontslag op staande voet  dus geen opzegtermijn gehanteerd. Het ontslag kan zowel mondeling als schriftelijk geschieden. In de praktijk wordt veelal eerst mondeling op staande voet ontslagen, waarna een schriftelijk bevestiging van het ontslag volgt. Bij ontslag op staande voet hoeft geen toestemming te worden gevraagd aan de kantonrechter of het UWV Werkbedrijf. De werknemer verliest per direct zijn baan en inkomen en heeft geen recht op een WW uitkering, mits het ontslag terecht is. Omdat het ontslag op staande voet zeer grote gevolgen heeft voor de werknemer, dient een dergelijk ontslag aan een aantal zeer strenge eisen te voldoen. Voldoet het ontslag op staande voet hier niet aan, dan kan de werknemer het ontslag met succes aanvechten en zich beroepen op de nietigheid van het ontslag. De praktijk wijst hierbij uit, dat rechters vaak verschillend oordelen over ontslagen op staande voet.

Er zijn in ieder geval drie strenge voorwaarden waaraan ontslag op staande voet dient te voldoen:

  1. Er moet sprake zijn van een zeer dringende reden. Denk hierbij aan ernstig verwijtbaar gedrag van een werknemer, zoals diefstal, verduistering, fraude, mishandeling of een grove belediging.
  2. De dringende reden moet de werknemer medegedeeld worden. De werknemer heeft recht op argumentatie van de werkgever voor het ontslag staande voet. Zo weet de werknemer precies  waarom hij op staande voet wordt ontslagen en kan hij, veelal met het hulp van een advocaat, inschatten of het ontslag met succes kan worden aangevochten. Hierbij is het voor de werkgever van groot belang, om de reden van het ontslag op staande voet zeer zorgvuldig te formuleren. Dit omdat de reden in een later stadium niet meer mag worden gewijzigd.
  3. Het ontslag moet onverwijld gegeven worden. Dit betekent dat de werkgever direct na het verwijtbare gedrag van de werknemer moet overgaan tot het ontslag op staande voet. Een werkgever mag dus niet een paar dagen na het incident  alsnog overgaan tot het ontslag op staande voet, tenzij die dagen benut worden voor onderzoek door de werkgever naar het genoemde bepaalde gedrag van de werknemer. Komt de werkgever na dit onderzoek  tot de conclusie dat het onderzochte gedrag ernstig verwijtbaar is, kan hij de werknemer alsnog op staande voet ontslaan.