Bestuurdersaansprakelijkheid2017-02-13T10:40:19+00:00

Bestuurdersaansprakelijkheid

Artikel 2:9 BW bepaalt dat iedere bestuurder van een vennootschap zijn taken jegens de vennootschap behoorlijk dient te vervullen. Een bestuurder heeft hierbij een grote mate van beleidsvrijheid. Maar wanneer een bestuurder bij het besturen van de vennootschap te grote risico’s neemt en/of de grenzen van het redelijke te buiten gaat, kan hij daarvoor persoonlijk aansprakelijk gesteld worden, op basis van deze zogenaamde bestuurdersaansprakelijkheid.

De wet geeft echter geen specifieke criteria voor bestuurdersaansprakelijkheid, anders dan die van behoorlijk bestuur. De Hoge Raad heeft bepaald dat er sprake kan zijn van onbehoorlijk bestuur indien de bestuurder een ‘ernstig verwijt’ kan worden gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Het onttrekken van gelden van de vennootschap voor privédoeleinden.
  • Het plegen van strafbare feiten en/of frauduleuze handelingen.
  • Het nemen van onnodig grote en onverantwoorde financiële risico’s.
  • Het niet afsluiten van de voor bedrijfsvoering gebruikelijke verzekeringen.

De bestuurder kan alleen door de rechtspersoon zelf  aansprakelijk worden gesteld uit hoofde van artikel 2:9 BW. Eventuele derden die door het handelen van de bestuurder zijn gedupeerd, moeten de schade zien te verhalen via het instellen van een vordering uit ‘onrechtmatige daad’. De bestuurder dient in dergelijke gevallen persoonlijk de schade van de gedupeerde crediteur te vergoeden wegens onrechtmatige daad. Voorbeelden van bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad zijn:

  • Het aangaan van verplichtingen namens de vennootschap terwijl de bestuurder wist/redelijkerwijs behoorde te weten, dat de vennootschap niet, of niet binnen redelijke termijn, in staat zou zijn haar verplichtingen na te komen. Waarbij de vennootschap evenmin verhaal kan bieden voor de te lijden schade door de wederpartij ten gevolge van deze wanprestatie.
  • De bestuurder van een vennootschap heeft bewerkstelligd of toegelaten dat een eerder aangegane overeenkomst van de vennootschap niet wordt nagekomen, waardoor de wederpartij van de vennootschap schade lijdt.
  • Veronderstelde betalingsonwil en zogenaamde selectieve wanbetaling van de bestuurder
  • Selectieve betalingen aan gelieerde vennootschappen en personen
  • Het voortzetten van de binnen de vennootschap gedreven onderneming na het moment van feitelijke insolventie (het bedrijf is technisch failliet).

Bestuurdersaansprakelijkheid bij  faillissement

Een curator van een failliete vennootschap heeft de exclusieve bevoegdheid om bestuurders en feitelijke beleidsbepalers van de vennootschap persoonlijk aansprakelijk te stellen op basis van de artikelen 2:138 en 2:248 BW. De curator dient voor de aansprakelijkheidsstelling aan te tonen dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur èn dat dit onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. De bewijslast voor de persoonlijke aansprakelijkheidsstelling van de bestuurders ligt dus bij de curator. In twee gevallen geldt echter een omgekeerde bewijslast. Dat is ten eerste het geval indien het bestuur heeft nagelaten om een behoorlijke boekhouding te voeren, waaruit de rechten en plichten van de vennootschap blijken. Daarnaast geldt een omgekeerde bewijslast indien het bestuur de jaarrekening niet tijdig, binnen 13 maanden na afloop van het boekjaar, publiceert bij de kamer van koophandel. Het is in deze gevallen aan de bestuurder om aannemelijk te maken dat deze omissies niet een belangrijke oorzaak zijn van het faillissement.

Fiscale bestuurdersaansprakelijkheid

Een bestuurder kan ook persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor bepaalde door de vennootschap verschuldigde belastingen (artikel 36 van de Invorderingswet). Deze bestuurdersaansprakelijkheid is aan de orde als er niet tijdig is gemeld dat een vennootschap de belastingschuld niet zal kunnen voldoen. Om fiscale bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen, moet binnen veertien dagen nadat de belasting verschuldigd is, schriftelijk de betalingsonmacht gemeld worden.

Het vraagstuk van de bestuurdersaansprakelijkheid is groot en complex. Met name als een faillissement van een vennootschap in beeld dreigt te komen, is het van groot belang om op tijd te inventariseren of er mogelijk sprake kan zijn van bestuurdersaansprakelijkheid . Lexman Advocaten kan u hierbij zeer goed adviseren, zeker omdat wij vaak als curator in faillissementen opreden en de praktijk dus van alle kanten kennen. Hierdoor kan Lexman u niet alleen uitstekend adviseren bij mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid,  maar ook bij dreigende faillissementen, doorstarten en herstructureren van bedrijven.